Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
4 oktober 2013.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil tussen de man en vrouw over de informatieverplichting omtrent hun kind, waarbij de vrouw onder meer verplicht was om de man regelmatig te informeren over belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot het kind. De vrouw voldeed hieraan slechts gedeeltelijk en ontving daarop dwangsommen opgelegd door de voorzieningenrechter.
De man sommeerde de vrouw tot betaling van het maximale bedrag aan dwangsommen, waarna de vrouw een verbod op deze executiemaatregelen vorderde wegens vermeend misbruik van bevoegdheid. Het hof oordeelde dat de vrouw niet aan haar informatieverplichting had voldaan, maar dat de man oneigenlijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid door pas na het verstrijken van de appeltermijn te reageren en het maximale dwangsombedrag te claimen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van misbruik van bevoegdheid door de man en verwierp het cassatieberoep. De kosten van het geding in cassatie werden door beide partijen zelf gedragen. Hiermee werd het vonnis van het hof bekrachtigd dat de executiemaatregelen boven € 250,- moest staken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de man misbruik van bevoegdheid maakte bij het aanzeggen van executiemaatregelen boven € 250.