Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 21 december 2012, nr. 11/00227, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken, cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 28 juni 2013 in het openbaar uitgesproken door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter en de raadsheren C. Schaap en Th. Groeneveld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.