Uitspraak
,nummer 03/703248-10
,ingediend door T. der Bedrosian, advocaat te Sittard
,namens:
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
8 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Maastricht van 16 november 2011, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor mensensmokkel, medeplegen van witwassen, poging tot mensensmokkel en het bezit van een vals reisdocument.
De aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van nieuw bewijs dat volgens de aanvrager zou aantonen dat het reisdocument niet vals was en dat de tolk verkeerd had vertaald. De Hoge Raad beoordeelde deze grondslag aan de hand van artikel 457 Sv Pro, dat vereist dat nieuw bewijs een ernstig vermoeden moet wekken dat het oorspronkelijke vonnis anders had moeten uitvallen.
De Hoge Raad oordeelde dat het aangevoerde bewijs niet voldeed aan deze eis en geen ernstig vermoeden wekte voor vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een mildere strafbepaling. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren niet in staat waren het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens onvoldoende nieuw bewijs.