ECLI:NL:HR:2013:904

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2013
Publicatiedatum
9 oktober 2013
Zaaknummer
11/04275 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens niet-indienen middelen in economische profijtontneming

Betrokkene had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter heeft betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie ingediend.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van het indienen van middelen binnen de gestelde termijn een schending is van de voorschriften van artikel 437, tweede lid, in verbinding met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom kan betrokkene niet worden ontvangen in het beroep en wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 8 oktober 2013.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Uitspraak

8 oktober 2013
Strafkamer
nr. 11/04275 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 13 september 2011, nummer 20/002569-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijke verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2013.