Uitspraak
fiscale eenheid Holding [X] B.V. c.s.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te Arnhemvan 13 oktober 2011, nr. 10/3868, betreffende een beschikking inzake omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende verzocht de Inspecteur om aan te merken dat hij en een andere vennootschap als één ondernemer in de zin van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 worden beschouwd. Dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen, waarna belanghebbende bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het middel gegrond verklaarde op basis van een samenhangende zaak (nr. 11/05105). De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, de uitspraak van de Inspecteur en de beschikking van 15 september 2010.
De Hoge Raad legde tevens proceskostenveroordelingen op aan de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur, waarbij de Staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand. De zaak werd afgedaan zonder verdere inhoudelijke behandeling, mede vanwege samenhang met een andere zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraken en beschikking worden vernietigd.