Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1983, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 november 2011 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. E.A.A. Charry middelen van cassatie voorgesteld. De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering gegeven omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 15 oktober 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.