ECLI:NL:HR:2013:977

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
17 oktober 2013
Zaaknummer
12/04912
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 40a OwArt. 40c Ow
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt berekening schadeloosstelling onteigening zonder cassatiegrond

In deze onteigeningszaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseres verworpen. Het geschil betrof de grondslag voor de berekening van de schadeloosstelling, waarbij onder meer de vraag speelde of de herbouwwaarde als uitgangspunt diende en de toepassing van de eliminatieregel en inkomensschade volgens de Onteigeningswet.

De feiten en eerdere procedure zijn vastgelegd in vonnissen van de rechtbank ’s-Gravenhage en het hof, waarvan het arrest van het hof op 15 augustus 2012 het onderwerp van cassatie was. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en acht de aangevoerde klachten onvoldoende om tot cassatie te leiden.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het beroep, waarop de Hoge Raad volgde. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

18 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 12/04912
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] (voorheen Beheersmaatschappij [A] B.V.),
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en het Hoogheemraadschap.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 378779/HA ZA 10-3810 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 januari 2011, 6 april 2012 en 15 augustus 2012 (hersteld bij vonnis van 29 augustus 2012);
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het (verbeterde) arrest van 15 augustus 2012 van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd to verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 19 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op
18 oktober 2013.