Uitspraak
gevestigd te Oss,
laatst gewoond hebbende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
18 oktober 2013.
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil over de afrekening tussen partijen op grond van exploitatie-overeenkomsten met betrekking tot de dekhengst Farmer. De kern van het geschil betreft de vraag wie de bewijslast draagt omtrent kortingen op het dekgeld die door [betrokkene 2] zijn verleend aan merriehouders zonder toestemming van Farmerhoeve c.s.
De rechtbank had verweerders veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen aan Farmerhoeve en de maatschap, maar het hof had het vonnis deels vernietigd en de vorderingen van Farmerhoeve en de maatschap voor het meerdere afgewezen. Het hof oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen dat kortingen zonder toestemming waren verleend bij Farmerhoeve lag.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat op Farmerhoeve de bewijslast rust van haar stelling dat kortingen zonder toestemming zijn verleend. Volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust de bewijslast van het bevrijdend verweer, namelijk dat kortingen wel in overleg of opdracht van Farmerhoeve zijn verleend, op verweerders. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad verweerders in de kosten van het cassatiegeding. De overige klachten worden niet behandeld omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met de bewijslast voor het bevrijdend verweer bij verweerders.