ECLI:NL:HR:2013:985

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
21 oktober 2013
Zaaknummer
13/00217
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen 2003

Belanghebbende, X Beheer B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem van 4 december 2012. Dit arrest betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de rechtbank Arnhem over aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd aan meerdere vennootschappen voor het jaar 2003.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten oordeelde de Hoge Raad dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel werd genomen op basis van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 18 oktober 2013 door de vice-president Overgaauw als voorzitter en raadsheren Koopman en van Kalmthout. Vanwege verhindering van de voorzitter werd het arrest ondertekend door raadsheer Koopman.

Het beroep in cassatie werd daarmee ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het gerechtshof Arnhem in stand bleef.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

18 oktober 2013
nr. 13/00217
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] Beheer B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 4 december 2012, nrs. 11/00502 tot en met 11/00510, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Arnhem (nrs. AWB 09/4610 tot en met AWB 09/4612, AWB 09/4614, AWB 09/4615, AWB 09/4617 tot en met AWB 09/4619 en AWB 09/4621) betreffende de aan [A] Holding B.V., [B] B.V., [C] B.V., [D] B.V., [E] B.V., [F] B.V., [G] B.V., [H] B.V. en [I] Beheer B.V. voor het jaar 2003 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.
De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. R.J. Koopman.