Uitspraak
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 11 januari 2013, nrs. BK-11/00053 en BK-11/00054, betreffende naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg twee naheffingsaanslagen opgelegd over verschillende periodes inzake omzetbelasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof vernietigde zowel de uitspraken van de rechtbank als de Inspecteur en vernietigde de naheffingsaanslagen. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter en raadsheren D.G. van Vliet en R.J. Koopman, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.