ECLI:NL:HR:2013:991

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
21 oktober 2013
Zaaknummer
13/00891
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting

Belanghebbende kreeg twee naheffingsaanslagen opgelegd over verschillende periodes inzake omzetbelasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof vernietigde zowel de uitspraken van de rechtbank als de Inspecteur en vernietigde de naheffingsaanslagen. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en stelde vast dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter en raadsheren D.G. van Vliet en R.J. Koopman, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Uitspraak

18 oktober 2013
nr. 13/00891
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 11 januari 2013, nrs. BK-11/00053 en BK-11/00054, betreffende naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende zijn over de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 maart 2008 en over de periode van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 twee naheffingsaanslagen in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nrs. AWB 09/7192 OB en AWB 09/7207 OB) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de naheffingsaanslagen vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2968,50.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.
De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. D.G. van Vliet.