ECLI:NL:HR:2013:BX4284
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over belanghebbende bij beklag tegen inbeslagneming medisch dossier
In deze zaak diende klager een klaagschrift in tegen de inbeslagneming van het medisch dossier van zijn destijds driejarige dochter, waarvan hij samen met zijn ex-echtgenote werd verdacht het kind te hebben mishandeld. Het dossier was op bevel van de Rechter-Commissaris door de gemachtigde van de behandelend arts overgedragen aan de Officier van Justitie.
Klager stelde dat hij als verdachte en ouder een rechtens te respecteren belang had bij het medisch geheim van zijn dochter en dat de Officier van Justitie het dossier mogelijk in de strafzaak wilde gebruiken. De Rechtbank Dordrecht had echter geoordeeld dat klager als verdachte belanghebbende was en zijn klaagschrift ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad herhaalde de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (LJN AO5070) en stelde dat alleen de verschoningsgerechtigde zelf als belanghebbende kan worden aangemerkt in een beklagprocedure over het verschoningsrecht. Omdat klager niet de verschoningsgerechtigde was, had de Rechtbank hem niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. Hiermee werd bevestigd dat het belang van het medisch geheim en het verschoningsrecht primair bij de behandelend arts ligt en niet bij derden, ook niet bij een verdachte ouder.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift tegen de inbeslagneming van het medisch dossier.