ECLI:NL:HR:2013:BY2642

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04677
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitleg CAO-bepalingen voor Gemaksvoedingsindustrie volgens objectieve maatstaf

In deze zaak stond de uitleg van bepalingen uit de CAO voor de Gemaksvoedingsindustrie centraal. Qizini Alphén B.V. stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het hof de uitleg van de CAO-bepalingen bevestigde. De vereniging FNV Bondgenoten trad op als verweerster in cassatie.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en nam kennis van de conclusies van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep stelden. De klachten van Qizini werden inhoudelijk niet behandeld omdat deze niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk wees de Hoge Raad het beroep van Qizini af en veroordeelde deze in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd de uitleg van de CAO-bepalingen bevestigd volgens een objectieve maatstaf, waarmee duidelijkheid werd verschaft over de toepassing van de arbeidsvoorwaarden in de Gemaksvoedingsindustrie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Qizini wordt verworpen en de uitleg van de CAO-bepalingen wordt bevestigd.

Uitspraak

4 januari 2013
Eerste Kamer
11/04677
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
QIZINI ALPHEN B.V.,
gevestigd te Tilburg,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
de vereniging FNV BONDGENOTEN,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Qizini en FNV.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 856947\CV EXPL 09-1409 van de kantonrechter te Alphen aan den Rijn van 26 januari 2010;
b. het arrest in de zaak 200.056.938/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 april 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Qizini beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
FNV heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Qizini in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FNV begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 4 januari 2013.