ECLI:NL:HR:2013:BY4134
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van volmacht tot verpanding in faillissementspauliana
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van verpandingen door middel van een verzamelpandakteconstructie centraal, waarbij ING als bank vorderingen van failliete vennootschappen aan zichzelf verpandde via een volmacht. De curator stelde dat deze volmachtverlening een onverplichte rechtshandeling was en vernietigbaar op grond van de faillissementspauliana (art. 42 en Pro 47 Fw).
De rechtbank oordeelde dat de volmachtverlening een redelijke wijze van uitvoering was van de verpanding en dus een verplichte rechtshandeling, waardoor vernietiging niet mogelijk was. Ook het vereiste van wetenschap van de faillissementsaanvraag en samenspanning tussen partijen was niet voldaan. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verwierp de cassatieberoepen van de curator en ING.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de vraag of registratie van de stampandakte en volmacht vereist is voor rechtsgevolg. De Hoge Raad stelde dat vaststaan van de datering noodzakelijk is, maar dat registratie niet de enige wijze is om dit aan te tonen. De partij die zich op de akte beroept, moet de juistheid van de datering bewijzen als deze wordt betwist.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de curator en het incidentele beroep van ING, en veroordeelde beide partijen in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat de volmacht tot verpanding niet als onverplichte rechtshandeling kan worden aangemerkt en dat er geen sprake was van samenspanning in de zin van de faillissementspauliana.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtsgeldigheid van de volmacht tot verpanding zonder vernietiging op grond van faillissementspauliana.