ECLI:NL:HR:2013:BY4208

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01125
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinder- en partneralimentatie na echtscheiding met betrekking tot draagkracht

In deze zaak stond de vaststelling van kinder- en partneralimentatie na echtscheiding centraal, waarbij de draagkracht van de man als verweer werd aangevoerd. De vrouw, als verzoekster tot cassatie, betwistte de beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2011, die eerder was gebaseerd op diverse beschikkingen van de voorzieningenrechter en rechtbank Breda.

De man, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De advocaat van de vrouw reageerde op dit advies, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.

Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen omtrent de alimentatievaststelling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking over de alimentatievaststelling.

Uitspraak

8 februari 2013
Eerste Kamer
12/01125
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 209018 FA RK 09-3974 van de voorzieningenrechter te Breda van 27 oktober 2009;
b. de beschikking in de zaak 219725 FA RK 10-2343 van de voorzieningenrechter te Breda van 29 juni 2010;
c. de beschikkingen in de zaak 208345 FA RK 09-3703 van de rechtbank Breda van 12 oktober 2010 en 1 februari 2011;
d. de beschikking in de zaak HV 200.086.770/01 en HV 200.086.772/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 7 december 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.