ECLI:NL:HR:2013:BY4208
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinder- en partneralimentatie na echtscheiding met betrekking tot draagkracht
In deze zaak stond de vaststelling van kinder- en partneralimentatie na echtscheiding centraal, waarbij de draagkracht van de man als verweer werd aangevoerd. De vrouw, als verzoekster tot cassatie, betwistte de beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2011, die eerder was gebaseerd op diverse beschikkingen van de voorzieningenrechter en rechtbank Breda.
De man, verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De advocaat van de vrouw reageerde op dit advies, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.
Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen omtrent de alimentatievaststelling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking over de alimentatievaststelling.