ECLI:NL:HR:2013:BY4352
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Italiaans huwelijksvermogensrecht en rechtskeuze onder Haags Huwelijksvermogensverdrag
Partijen zijn in 1998 in Italië getrouwd met een verklaring dat zij huwelijkse voorwaarden conform artikel 162 lid 2 van Pro het Italiaanse Burgerlijk Wetboek hadden gekozen. De vrouw is Italiaans, de man Frans, en zij wonen sinds 1998 in Nederland. De rechtbank stelde dat het Italiaanse huwelijksvermogensrecht van toepassing was op grond van een geldige rechtskeuze volgens het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978.
Het hof vernietigde deze beslissing en oordeelde dat geen ondubbelzinnige rechtskeuze was gemaakt, omdat partijen onvoldoende waren voorgelicht over de gevolgen van hun keuze en de verklaring bij de priester niet voldeed aan de vormvereisten van het verdrag. Het hof paste daarom Nederlands recht toe.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet had onderzocht of de keuze voor huwelijkse voorwaarden conform het Italiaanse recht niet ondubbelzinnig voortvloeit uit de schriftelijke verklaring bij de priester. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing over de geldigheid van de rechtskeuze.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de geldigheid van de rechtskeuze.