ECLI:NL:HR:2013:BY5059

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00015
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot overname huur en aansprakelijkheid makelaar bij bedrijfsovername

In deze zaak stond centraal of een overeenkomst tot overname van huur tevens een verplichting tot bedrijfsovername inhoudt en de vraag naar de aansprakelijkheid van een makelaar. Eiseres, gevestigd te een vestigingsplaats, stelde dat ID Retail B.V. gehouden was tot een dergelijke overname.

De procedure begon bij de rechtbank Utrecht met meerdere vonnissen en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, dat in twee arresten uitspraak deed. Tegen deze arresten stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij voor ID Retail nihil wordt begroot.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Streefkerk, Drion en Polak en in het openbaar uitgesproken door vice-president Numann op 15 februari 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

15 februari 2013
Eerste Kamer
12/00015
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
ID RETAIL B.V.,
gevestigd te Harderwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ID Retail.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 195209 / HA ZA 05-1061 van de rechtbank Utrecht van 7 december 2005, 22 maart 2006 en 19 maart 2008;
b. de arresten in de zaak 200.008.649 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 december 2010 en 13 september 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ID Retail is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 14 december 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ID Retail begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 15 februari 2013.