ECLI:NL:HR:2013:BY5216
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een gevangenisstraf van zestien maanden was opgelegd. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest wat betreft de strafoplegging en tot vermindering van de straf, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel niet tot cassatie kan leiden en gaat vervolgens in op het tweede middel dat klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De Hoge Raad stelt vast dat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Deze overschrijding leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot veertien maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot veertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.