ECLI:NL:HR:2013:BY5352
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijkheid bij collectieve actie in kantoor Asito
Op 1 april 2009 voerde de verdachte, als organizer voor FNV, een stakingsactie uit waarbij hij met circa 200 actievoerders het kantoor van Asito betrad. Het hof sprak verdachte vrij van wederrechtelijk binnendringen en zich niet verwijderen op vordering van de rechthebbende. Het hof oordeelde dat geen sprake was van wederrechtelijk binnendringen omdat geen uitdrukkelijk verbod was gegeven en de actie van korte duur was met geringe inbreuk en zonder schade of strafbare feiten.
De advocaat-generaal stelde dat sprake was van wederrechtelijk binnendringen mede door het volgen van circa 200 personen en het ontbreken van aanzegging van de actie, maar het hof verwierp dit en motiveerde dat beperkingen op het recht op collectief optreden alleen toelaatbaar zijn indien noodzakelijk en proportioneel volgens het Europees Sociaal Handvest (ESH).
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de inbreuk op het huisrecht van Asito beperkt was en dat het recht op collectief optreden uit art. 6 lid 4 ESH Pro hieraan voorrang gaf. De klacht over de motivering faalde en het beroep in cassatie werd verworpen.
Deze uitspraak benadrukt de bescherming van het stakingsrecht en collectief optreden binnen de grenzen van noodzakelijkheid en proportionaliteit, waarbij een kortdurende, vreedzame actie zonder schade niet als wederrechtelijk wordt aangemerkt.
De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie dat het begrip 'wederrechtelijk' in art. 138 Sr Pro inhoudt dat binnendringen niet strafbaar is indien het gerechtvaardigd is, zoals in het kader van collectieve acties die niet onnodig worden beperkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak omdat het verblijf van verdachte niet wederrechtelijk was en het recht op collectief optreden zwaarder woog.