ECLI:NL:HR:2013:BY5722
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 15 januari 2013 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 december 2011. Het beroep was ingesteld door de verdachte en werd bijgestaan door mr. P.W. van der Kruijs.
De Advocaat-Generaal Machielse had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd blijft.