ECLI:NL:HR:2013:BY6750
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake draagkracht moeder bij kinderalimentatie
De zaak betreft een geschil over kinderalimentatie waarbij de moeder cassatieberoep instelde tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De moeder betwistte de vaststelling van haar draagkracht voor de alimentatieplicht, waarbij het hof oordeelde dat onvoldoende inzicht bestond in haar financiële situatie en dat zij interen op haar vermogen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank Breda en het hof en behandelt het cassatieberoep op basis van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De klachten van de moeder worden niet gegrond verklaard, mede omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het hof. De procedure kenmerkt zich door een strikte toepassing van procesregels, waarbij niet-ontvankelijke brieven van advocaten buiten beschouwing blijven. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 1 maart 2013 door raadsheer M.A. Loth.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeder tegen de beschikking over haar draagkracht voor kinderalimentatie.