ECLI:NL:HR:2013:BY7844
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel gerechtshof inzake niet-nakoming overeenkomst zonder nadere motivering
In deze zaak stond de niet-nakoming van een overeenkomst centraal. Eiser stelde dat het gerechtshof Arnhem een onjuiste rechtsopvatting had toegepast in het arrest van 20 september 2011. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Arnhem en het arrest van het hof, die integraal deel uitmaken van het dossier.
Eiser heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof, terwijl verweerster verstek liet gaan. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen en de toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro in overweging te nemen.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het beroep wordt derhalve verworpen en eiser wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die nihil zijn aan de zijde van verweerster.
Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.