ECLI:NL:HR:2013:BY7852

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01885
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:681 lid 2 BW
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag

In deze zaak stond het geschil over kennelijk onredelijk ontslag centraal, waarbij eiser in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De feiten en eerdere vonnissen van de kantonrechter vormden de basis van het geding in de feitelijke instanties. Het hof had het ontslag beoordeeld en het beroep van eiser verworpen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen zonder inhoudelijke motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Dit arrest werd op 1 maart 2013 gewezen door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

1 maart 2013
Eerste Kamer
12/01885
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1091564 CV EXPL 09-35097 van de kantonrechter te Amsterdam van 27 november 2009 en 10 september 2010;
b. het arrest in de zaak 200.079.241/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 december 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.