ECLI:NL:HR:2013:BY8434
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.F. Groos
- J. Wortel
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de verlenging van terbeschikkingstelling bij geweldsmisdrijf volgens EHRM en Nederlandse wetgeving
In deze zaak stond de vraag centraal of de verlenging van een terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege rechtmatig was, mede in het licht van de recente jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
De zaak betrof een bedreiging met een mes, waarbij de opleggingsrechter geen expliciete motivering gaf of het een geweldsmisdrijf betrof, zoals vereist onder artikel 359, zevende lid, Sv. Het hof had de verlenging afgewezen omdat het oordeelde dat de verlengingsrechter niet door interpretatie mocht vaststellen of sprake was van een geweldsmisdrijf.
De Hoge Raad verwijst naar de EHRM-uitspraak Van der Velden tegen Nederland, waarin is bepaald dat de voorwaarden voor vrijheidsberoving duidelijk en voorzienbaar moeten zijn. De Hoge Raad stelt dat het oordeel van de opleggingsrechter over het geweldsmisdrijf beslissend is voor verlenging en dat de verlengingsrechter ook op basis van interpretatie van de einduitspraak en andere processtukken tot een oordeel kan komen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beslissing van het hof en bevestigt dat de TBS niet zonder meer gemaximeerd is als het geweldsmisdrijf evident is uit de bewezenverklaring en strafmotivering. Dit arrest verduidelijkt de rechtspositie van terbeschikkinggestelden en de beoordelingsruimte van verlengingsrechters.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat de TBS verlengd kan worden omdat het geweldsmisdrijf evident is.