ECLI:NL:HR:2013:BY8993
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging van het arrest leiden, behalve op het punt van de strafoplegging.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De straf werd verminderd tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de straf en handhaafde de rest van het arrest.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Splinter-van Kan en Wortel, op 29 januari 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot 23 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wegens overschrijding van de redelijke termijn.