ECLI:NL:HR:2013:BY9000
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens onjuiste maatstaf bij niet horen betrokkene in raadkamer
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank Rotterdam terecht had besloten de betrokkene niet te horen tijdens de behandeling van een vordering tot verlof op grond van art. 552p Sv. De rechtbank had als maatstaf gehanteerd dat het onderzoek niet mocht worden geschaad, terwijl de juiste maatstaf is dat het onderzoek "ernstig wordt geschaad".
De zaak betrof een rechtshulpverzoek van Estse justitiële autoriteiten waarbij doorzoekingen en inbeslagnames hadden plaatsgevonden. De rechtbank had de betrokkene niet opgeroepen omdat het belang van het onderzoek ernstig geschaad zou kunnen worden als onderzoeksgegevens voortijdig bekend werden.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had en dat de maatstaf om af te zien van het horen van de betrokkene strenger is: het onderzoek moet ernstig worden geschaad, niet slechts geschaad kunnen worden. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing op de bestaande vordering.
De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 22 januari 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor herbehandeling met toepassing van de juiste maatstaf.