ECLI:NL:HR:2013:BY9295
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- P.M.F. van Loon
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over status directeur-grootaandeelhouder als werknemer in de WW
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van een BV, vroeg een WW-uitkering aan na ontslag. Het UWV wees de aanvraag af omdat belanghebbende als directeur-grootaandeelhouder werd beschouwd, aangezien hij samen met zijn dochter meer dan tweederde van de aandelen hield.
De Rechtbank Alkmaar en de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat alleen het aandelenbezit van bloed- of aanverwanten mag worden meegeteld, niet dat van de directeur zelf. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder, waarbij het aandelenbezit van de bestuurder niet wordt gecombineerd met dat van bloed- of aanverwanten.
De Hoge Raad benadrukte dat de Regeling strikt grammaticaal moet worden uitgelegd en dat een ruimere interpretatie afbreuk zou doen aan de rechtszekerheid. Tevens werd bevestigd dat een directeur met doorslaggevende zeggenschap in de algemene vergadering van aandeelhouders wel degelijk werknemer kan zijn indien hij werkzaamheden tegen loon verricht.
Het beroep in cassatie van het UWV werd ongegrond verklaard en het arrest bevestigt dat de directeur-grootaandeelhouder niet per definitie buiten de WW-werknemersstatus valt, mits niet voldaan is aan het aandelenbezitcriterium uit de Regeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van het UWV wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt niet als directeur-grootaandeelhouder in de zin van de WW aangemerkt.