ECLI:NL:HR:2013:BY9997
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdenwerking van huwelijkse voorwaarden bij conservatoir beslag in ontnemingszaak
In deze zaak stond centraal of het openbaar ministerie zich kon beroepen op de bescherming van derdenwerking van huwelijkse voorwaarden die niet waren ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. De rechtbank had een conservatoir beslag gelegd op sieraden en een personenauto die eigendom waren van de echtgenote van de verdachte, in het kader van een ontnemingsvordering tegen de echtgenoot.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie geen beroep kon doen op de derdenwerking van artikel 1:116 BW Pro omdat de huwelijkse voorwaarden niet waren ingeschreven en omdat het beslag betrekking had op een ontnemingsvordering die is gebaseerd op strafrechtelijke verdenkingen tegen de echtgenoot. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat voor de bevoegdheden van het openbaar ministerie in deze context de kennis van het huwelijksgoederenregime niet relevant is.
Het middel van cassatie dat klaagde over het niet onderzoeken van de toepassing van artikel 94a lid 3 en 4 Sv werd verworpen. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank dat het beslag op de goederen van de echtgenote gehandhaafd blijft zonder dat het openbaar ministerie zich kan beroepen op de derdenbescherming van niet-ingeschreven huwelijkse voorwaarden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het openbaar ministerie wordt verworpen en het beslag op goederen van de echtgenote blijft gehandhaafd.