ECLI:NL:HR:2013:BZ0161
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen beschikking over kinderalimentatie en terugbetaling
In deze zaak stond een geschil over kinderalimentatie en de terugbetaling daarvan centraal. De zoon en de moeder hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage, die op zijn beurt voortbouwde op eerdere beschikkingen van de rechtbank 's-Gravenhage.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de zoon en moeder verworpen. De klachten die in het middel waren aangevoerd, konden niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 26 april 2013. De advocaat-generaal had eerder geadviseerd het beroep te verwerpen, waarop de advocaten van de zoon en moeder hadden gereageerd.
De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 1:395a BW over kinderalimentatie en de artikelen 3.17 en 3.18 van de Wet op het financieel toezicht (WSF) met betrekking tot terugbetaling. De Hoge Raad bevestigt hiermee de beslissingen van lagere instanties zonder inhoudelijke wijziging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking over kinderalimentatie en terugbetaling.