ECLI:NL:HR:2013:BZ0161

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02530
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:395a BWArt. 3.17 WSFArt. 3.18 WSF
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen beschikking over kinderalimentatie en terugbetaling

In deze zaak stond een geschil over kinderalimentatie en de terugbetaling daarvan centraal. De zoon en de moeder hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage, die op zijn beurt voortbouwde op eerdere beschikkingen van de rechtbank 's-Gravenhage.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de zoon en moeder verworpen. De klachten die in het middel waren aangevoerd, konden niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 26 april 2013. De advocaat-generaal had eerder geadviseerd het beroep te verwerpen, waarop de advocaten van de zoon en moeder hadden gereageerd.

De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 1:395a BW over kinderalimentatie en de artikelen 3.17 en 3.18 van de Wet op het financieel toezicht (WSF) met betrekking tot terugbetaling. De Hoge Raad bevestigt hiermee de beslissingen van lagere instanties zonder inhoudelijke wijziging.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking over kinderalimentatie en terugbetaling.

Uitspraak

26 april 2013
Eerste Kamer
12/02530
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [De zoon],
wonende te [woonplaats],
2. [De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. Biemond.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de zoon, de moeder en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 372311 FA RK 10-6078 van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 december 2010 en 28 juni 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.094.429/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de zoon en de moeder beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de zoon en de moeder heeft bij brief van 8 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 26 april 2013.