ECLI:NL:HR:2013:BZ0568
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van X te Z behandeld tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 6 maart 2012. Het geschil betrof navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en in de vermogensbelasting, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op het geschil is ingegaan, maar het beroep heeft verworpen vanwege procedurele gronden.
De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het Gerechtshof Arnhem, dat de navorderingsaanslagen en de heffingsrentebeschikkingen rechtmatig zijn vastgesteld. De zaak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke context, waarbij de rechtsgang tot aan de Hoge Raad is doorlopen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 81 lid 1 RO, waardoor het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand blijft.