ECLI:NL:HR:2013:BZ0987
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot toekenning eenhoofdig gezag in familierecht afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak heeft de man, wonende te een woonplaats, beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 maart 2012, waarin het verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag over het kind werd behandeld. De vrouw, eveneens woonachtig te een woonplaats, is verweerder in cassatie en heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 juli 2011 en de beschikking van het hof. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt derhalve verworpen.
De beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk (voorzitter), G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.