ECLI:NL:HR:2013:BZ1062

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05028
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 125 lid 4 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verval van aanhangigheid wegens niet tijdige inschrijving van zaak

In deze zaak stond centraal de vraag of het beroep in cassatie ontvankelijk was, nu de zaak niet tijdig was ingeschreven. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarop het cassatieberoep betrekking heeft.

De eiseres, woonachtig te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof, terwijl de verweerders, ELQ Portefeuille 1 B.V. en ELQ Hypotheken N.V., niet verschenen waren en verstek was verleend.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad veroordeelt de eiseres in de kosten van het cassatiegeding, maar stelt deze kosten nihil aan de zijde van de verweerders. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 19 april 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens verval van aanhangigheid door niet tijdige inschrijving van de zaak.

Uitspraak

19 april 2013
Eerste Kamer
11/05028
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. ELQ PORTEFEUILLE 1 B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam-Zuidoost,
2. ELQ HYPOTHEKEN N.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam-Zuidoost,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ELQ c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 280275/HA ZA 10-95 van de rechtbank Utrecht van 12 mei 2010 en 19 januari 2011;
b. het arrest in de zaak 200.088.310 van het gerechtshof te Arnhem van 21 juni 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ELQ c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ELQ c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 19 april 2013.