ECLI:NL:HR:2013:BZ1431
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens ontbreken feitelijke grondslag voor verweren noodweer en noodweerexces
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De middelen richtten zich tegen de verwerping van het beroep op (putatief) noodweer en (putatief) noodweerexces, zoals bevestigd door het Hof en de Rechtbank.
De raadsman van de verdachte had in hoger beroep verzocht om de in eerste aanleg gevoerde verweren als herhaald te beschouwen, maar het proces-verbaal vermeldt niet dat het Hof hiermee heeft ingestemd. De Hoge Raad oordeelt dat geen rechtsregel de rechter verplicht om te beslissen over verweren die niet uitdrukkelijk door of namens de verdachte ter terechtzitting zijn voorgedragen.
Daarmee ontbreekt feitelijke grondslag voor de middelen die stellen dat de verweren in hoger beroep zijn gevoerd. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Hof, waarmee het beroep van de verdachte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens ontbreken van feitelijke grondslag voor de verweren in hoger beroep.