ECLI:NL:HR:2013:BZ1950

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/04065
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte heeft echter niet binnen de in artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft dit oordeel gevolgd en het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak is ingegaan.

Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, samen met de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, en uitgesproken op 12 februari 2013.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie.

Uitspraak

12 februari 2013
Strafkamer
nr. S 11/04065
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011, nummer 23/004503-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 februari 2013.