ECLI:NL:HR:2013:BZ2782

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/03985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 58 lid 1 FwArt. 69 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake redelijke termijn faillissementsprocedure

De zaak betreft een cassatieberoep van de Coöperatieve Rabobank Parkstad Limburg U.A. tegen beschikkingen van de rechtbank Maastricht inzake de redelijke termijn in een faillissementsprocedure van een betrokkene. De curator trad op als verweerder in cassatie, maar heeft geen verweerschrift ingediend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van de bank reageerde.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank Maastricht van 2 en 5 juli 2012, welke aan het arrest zijn gehecht. De klachten die de bank in het cassatiemiddel aanvoerde, werden door de Hoge Raad beoordeeld en als onvoldoende geacht om tot cassatie te leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering werd geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad heeft het beroep van de bank verworpen en de beschikking in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2013 door raadsheer M.A. Loth. Hiermee blijft de beslissing van de rechtbank Maastricht in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Rabobank wordt verworpen en de beschikkingen van de rechtbank blijven in stand.

Uitspraak

1 maart 2013
Eerste Kamer
12/03985
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK PARKSTAD LIMBURG U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerlen,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. B. Winters,
t e g e n
Mr. F.H.C. AARTS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Heerlen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en de curator.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak F 12/99 F van de rechtbank Maastricht van 2 juli 2012 en 5 juli 2012.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Bank heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.