ECLI:NL:HR:2013:BZ2923

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 mei 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/01991
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:233 BWArt. 6:234 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van oordeel over contract tot opdracht en Fenex-voorwaarden

In deze zaak stond de vraag centraal of er een overeenkomst van opdracht tot stand was gekomen en of de Fenex-voorwaarden van toepassing waren. Viratex stelde zich op het standpunt dat de overeenkomst vernietigd moest worden op grond van de artikelen 6:233 en 6:234 BW, die betrekking hebben op de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden.

De zaak werd in meerdere instanties behandeld, waaronder de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem, waarvan de arresten van 28 december 2010 en 18 oktober 2011 aan het arrest van de Hoge Raad waren gehecht. Viratex stelde beroep in cassatie in tegen deze arresten, terwijl tegen de wederpartij verstek was verleend.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten van Viratex niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelde Viratex in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de wederpartij op nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Viratex wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.

Uitspraak

3 mei 2013
Eerste Kamer
12/01991
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
VIRATEX B.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Viratex en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 93283/HA ZA 02-1741 van de rechtbank Arnhem van 19 maart 2003 en 9 juni 2004;
b. de arresten in de zaak 104.000.516 (rolnummer oud 2004/816) van het gerechtshof te Arnhem van 6 juni 2006, 28 december 2010 en 18 oktober 2011.
De arresten van 28 december 2010 en 18 oktober 2011 het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 28 december 2010 en 18 oktober 2011 heeft Viratex beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Viratex in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 3 mei 2013.