ECLI:NL:HR:2013:BZ2937

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
10/00107
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • N. Jörg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

In deze zaak stond de cassatiebeoordeling centraal van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een gevangenisstraf van twaalf jaar was opgelegd aan de verdachte. De verdachte stelde beroep in cassatie in, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest met verlaging van de straf.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie, met uitzondering van het middel over de overschrijding van de redelijke termijn, niet tot cassatie konden leiden. Het middel dat klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase werd gegrond verklaard.

Als gevolg van de vertraging van meer dan twaalf maanden bij de behandeling van de cassatie, besloot de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met acht maanden. De straf werd daarmee vastgesteld op elf jaar en vier maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 5 maart 2013, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst voorzitter was, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf jaar en vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Uitspraak

5 maart 2013
Strafkamer
nr. S 10/00107
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 december 2009, nummer 23/001224-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de opgelegde straf betreft en tot verlaging daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het vijfde middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
3.2. Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren. In de omstandigheid dat de Hoge Raad als gevolg van de bij de inzending van de stukken opgetreden vertraging die meer dan twaalf maanden bedraagt, eerst thans uitspraak kan doen, vindt de Hoge Raad aanleiding de opgelegde gevangenisstraf te verminderen met acht maanden.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en vier maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 maart 2013.