ECLI:NL:HR:2013:BZ2952
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in cocaïnehandelzaak wegens voldoende gemotiveerde bewezenverklaring
Verdachte werd door het hof Amsterdam schuldig bevonden aan het meermalen vervoeren en verkopen van cocaïne in de periode december 2007 tot november 2009, en het op 6 november 2009 in bezit hebben van circa 36,62 gram cocaïne in een auto. Het bewijs bestond uit politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek en telefoniegegevens.
Verdediging voerde aan dat de drugs door een neef van verdachte in de auto waren geplaatst en dat verdachte daarvan geen weet had. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat verdachte als enige inzittende van de auto geacht wordt kennis te hebben van de aanwezigheid van de drugs, mede gelet op wisselende verklaringen van verdachte en verklaringen van zijn zus.
In cassatie klaagde verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het verweer en dat het hof ten onrechte de bewijslast op verdachte had gelegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de afwijking van het verweer voldoende had gemotiveerd en dat de klachten feitelijk geen grondslag hadden.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering en bevestigde de bewezenverklaring en strafoplegging door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring en strafoplegging door het hof.