ECLI:NL:HR:2013:BZ2961
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende belang
In deze zaak heeft de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De advocaat van verdachte heeft een middel van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO).
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang bij het cassatieberoep heeft, dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, na het horen van de Procureur-Generaal, het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 5 maart 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschiktheid van de klachten.