ECLI:NL:HR:2013:BZ3622
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk gelegenheid verschaffen tot productie van MDMA op eigen terrein
Op 28 december 2007 werd op het perceel van verdachte een productieplaats voor synthetische drugs, waaronder MDMA, aangetroffen. Verdachte verhuurde een schuur op zijn terrein, maar het hof oordeelde dat hij minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat op zijn terrein MDMA werd bereid.
De verdediging stelde dat verdachte niet op de hoogte was van de productie en dat hij de schuur had verhuurd aan een ander, die ontkende betrokken te zijn. Het hof verwierp deze stellingen op grond van verklaringen, omheining van het terrein, aanwezigheid van verdachte tijdens productie en bedreigingen aan zijn echtgenote.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat verdachte opzettelijk gelegenheid had verschaft tot het misdrijf. Wel werd de gevangenisstraf verminderd van achttien naar zeventien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Het arrest werd gewezen door de Hoge Raad op 12 maart 2013 en betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 maart 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot zeventien maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk gelegenheid verschaffen tot productie van MDMA.