ECLI:NL:HR:2013:BZ3633
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onbegrijpelijke gevangenisstraf boven voorlopige hechtenis
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 11 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en een gevangenisstraf van 31 dagen opgelegd. Het hof motiveerde dat het niet wenselijk is dat verdachte thans van zijn vrijheid wordt beroofd en besloot daarom een straf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Echter, uit het dossier bleek dat verdachte slechts drie dagen in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, terwijl het hof een straf van 31 dagen oplegde. Hierdoor overstijgt de straf de doorgebrachte detentietijd met 28 dagen, hetgeen de strafoplegging onbegrijpelijk maakt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het onderdeel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat de strafoplegging in overeenstemming moet zijn met de motivering en dat een straf die de voorlopige hechtenis aanzienlijk overstijgt zonder duidelijke rechtvaardiging niet kan worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.