ECLI:NL:HR:2013:BZ3671

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/05401
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 285 lid 1 aanhef en onder a FwArt. 285 lid 1 aanhef en onder f FwArt. 288 lid 1 aanhef en onder b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering wegens ontbreken gegevens en goede trouw

In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 november 2012, waarin het verzoek tot toelating tot de schuldsanering werd afgewezen. De rechtbank had dit verzoek eveneens afgewezen in haar vonnis van 26 juni 2012.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken en overweegt dat het verzoekschrift niet de vereiste gegevens bevat zoals voorgeschreven in artikel 285 lid 1 aanhef Pro en onder a en f van de Faillissementswet. Tevens is er sprake van het ontbreken van goede trouw zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder b Fw.

De klachten van verzoeker in cassatie zijn niet ontvankelijk en leiden niet tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsanering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsanering wordt afgewezen.

Uitspraak

5 april 2013
Eerste Kamer
12/05401
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 12.1119 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 juni 2012;
b. het arrest in de zaak 200.109.417/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 november 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 27 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.