ECLI:NL:HR:2013:BZ4112

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/05406
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228 GemeentewetArt. 5.1 TelecommunicatiewetArt. 7:1a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid precariobelasting op lege mantelbuizen

In deze zaak heeft de gemeente Rijswijk voor het jaar 2003 een aanslag precariobelasting opgelegd aan belanghebbende, een aanbieder van telecommunicatiediensten. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslag op grond van artikel 7:1a Awb. De Rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag. De gemeente ging in hoger beroep bij het Hof, dat het vonnis van de Rechtbank bevestigde.

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de gemeente geen precariobelasting kan heffen op lege mantelbuizen van een aanbieder aan wie een instemmingsbesluit is verleend volgens de Telecommunicatiewet zoals die gold tot 19 mei 2004.

De Hoge Raad veroordeelde het College in de proceskosten en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van lagere instanties. Dit arrest verduidelijkt de reikwijdte van de precariobelasting in relatie tot telecommunicatie-infrastructuur en beschermt aanbieders tegen onrechtmatige heffing op lege mantelbuizen.

Uitkomst: Het beroep van de gemeente Rijswijk tegen de vernietiging van de precariobelastingaanslag wordt door de Hoge Raad ongegrond verklaard.

Uitspraak

15 maart 2013
Nr. 11/05406
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk te Rijswijk (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 november 2011, nr. BK-10/00391, betreffende een aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de precariobelasting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de precariobelasting opgelegd. Met toepassing van artikel 7:1a Awb is door belanghebbende beroep tegen deze aanslag ingesteld.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 08/3806 PREGW) heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag vernietigd.
De heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 22 oktober 2012 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 11/05404 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
4. Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 11/05404 en 11/05405 met de onderhavige zaak samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een derde van € 2124, derhalve € 708, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.W.C. Feteris, R.J. Koopman en G. de Groot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2013.
Van de gemeente Rijswijk wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 454.