ECLI:NL:HR:2013:BZ4181

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/01023
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:274 lid 1 sub c BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik voor renovatie

In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal, waarbij Noord-Invest B.V. de huurovereenkomst wilde beëindigen wegens dringend eigen gebruik in verband met renovatiewerkzaamheden. De kantonrechter en het gerechtshof hadden reeds uitspraak gedaan waarbij de huurovereenkomst werd beëindigd.

De eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, terwijl Noord-Invest voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad heeft de middelen van het principale beroep onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bepaalde een nieuwe datum voor het einde van de huurovereenkomst, te weten 16 augustus 2013. Tevens werd bepaald dat de eisers uiterlijk op die datum het gehuurde ontruimd en ter beschikking van Noord-Invest moesten stellen, met machtiging voor Noord-Invest om zonodig ontruiming met behulp van de sterke arm te effectueren.

De kosten van het cassatiegeding werden aan de zijde van Noord-Invest vastgesteld op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, welke door de eisers werden veroordeeld te betalen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 16 augustus 2013 met ontruiming door de huurder.

Uitspraak

17 mei 2013
Eerste Kamer
12/01023
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. MOSKITO FILM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Eiseres 5],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,
t e g e n
NOORD-INVEST B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, EISERES in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P.A. Fruytier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Noord-Invest.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 880969 CV EXPL 07-20323 van de kantonrechter te Amsterdam van 8 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.011.588/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 augustus 2011.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Noord-Invest heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Noord-Invest mede door mr. B.I. Bethlehem, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen en een nieuwe datum zal bepalen waarop de huurovereenkomst zal eindigen.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Aangezien de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 16 augustus 2013 en dat [eiser] c.s. uiterlijk op die datum het gehuurde ontruimd dienen te hebben en ter beschikking van Noord-Invest dienen te stellen, met machtiging van Noord-Invest de ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Noord-Invest B.V. begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.