ECLI:NL:HR:2013:BZ4214

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/03323
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 AWRArt. 5 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003Art. 11 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003Art. 81 lid 1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen loonbelasting

Belanghebbende kreeg over de jaren 2008 en 2009 naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief boeten en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boeten. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond voor de aanslagen, maar gegrond voor de boeten en verminderde deze.

Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het de boeten betrof, verklaarde het beroep gegrond en verminderde de boeten opnieuw, terwijl het voor de rest van de uitspraak de rechtbank bevestigde. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is op grond van artikel 81 lid 1 Wet Pro RO. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof definitief blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

14 juni 2013
Nr. 12/03323
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 5 juni 2012, nrs. 11/00734 en 11/00735, betreffende naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn over de tijdvakken 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 en 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede boeten. Tevens is heffingsrente in rekening gebracht. De naheffingsaanslagen, de boetebeschikkingen en de beschikkingen inzake heffingsrente zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Arnhem (nrs. AWB 11/1133 en 11/1134) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard voor zover het de naheffingsaanslagen betreft. Voor zover het de boetebeschikkingen betreft heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, de daarmee samenhangende uitspraken op bezwaar vernietigd en de boeten verminderd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de boeten, het bij de Rechtbank ingestelde beroep in zoverre gegrond verklaard, de daarmee samenhangende uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de boeten verminderd, en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd voor het overige. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 20 februari 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2013.