ECLI:NL:HR:2013:BZ5148
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffing omzetbelasting bij afnemer zonder eerst naheffing leverancier
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 2004-2006, inclusief boete en heffingsrente. Na bezwaar en beroep bij rechtbank en hof werd de naheffing gehandhaafd en de boete verminderd. Het hof oordeelde dat de verleggingsregeling van artikel 12 lid 4 Wet Pro OB 1968 van toepassing was en dat belanghebbende als afnemer geen recht had op aftrek van ten onrechte gefactureerde btw.
Het hof stelde dat de inspecteur terecht de btw bij belanghebbende heeft nageheven, omdat naheffing bij de leverancier geen effect zou hebben gehad. Het hof vond dat het Besluit van 27 juni 2012 de inspecteur niet verplicht om eerst een naheffingsaanslag aan de leverancier op te leggen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat de inspecteur eerst de leverancier had moeten naheffen, ook als duidelijk was dat deze niet zou betalen. De Hoge Raad bevestigde dat de inspecteur vrij is om de naheffing bij de afnemer te leggen als naheffing bij de leverancier geen resultaat oplevert. Middelen tegen de boete werden niet behandeld wegens gebrek aan rechtsvragen van belang.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de inspecteur de ten onrechte gefactureerde omzetbelasting direct bij de afnemer mag naheffen zonder eerst een naheffingsaanslag aan de leverancier op te leggen.