ECLI:NL:HR:2013:BZ5354

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/00856
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:162 BWArt. 6:171 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in onrechtmatige daad bij val van klimmuur

In deze zaak stond de vraag centraal of Klimmuur Den Haag B.V. en Stichting EBC Regio Haaglanden en Omstreken aansprakelijk zijn voor de val van eiser van een klimmuur vanwege onvoldoende toezicht of voorzorgsmaatregelen. Eiser stelde dat de verweerders onrechtmatig hadden gehandeld.

De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij de rechtbank Haarlem en het gerechtshof Amsterdam tot een veroordeling kwamen. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het beroep heeft beoordeeld aan de hand van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.

Uitspraak

17 mei 2013
Eerste Kamer
12/00856
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. KLIMMUUR DEN HAAG B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.J. van Galen,
2. STICHTING EBC REGIO HAAGLANDEN EN OMSTREKEN,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en L. van den Eshof.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Klimmuur en het Mondriaan College.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 134667/HA ZA 07-543 van de rechtbank Haarlem van 5 september 2007, 7 november 2007 en 10 juni 2009;
b. het arrest in de zaak 200.047.667/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 8 november 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en de aanvullende cassatiedagvaarding zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Klimmuur en het Mondriaan College hebben ieder afzonderlijk geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 28 maart 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klimmuur begroot op € 2.489,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van het Mondriaan College begroot op € 2.489,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.