ECLI:NL:HR:2013:BZ5359
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Weigering uitkering verzekering binnenvaartschip wegens niet-naleving veiligheidsvoorschriften
In deze zaak stond de weigering van een verzekeraar om een uitkering te doen op grond van een cascoverzekering voor een binnenvaartschip centraal. De verzekeraar stelde dat de schade verband hield met het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in het Reglement Cascoverzekering Binnenvaart.
Eiseressen, waaronder een coöperatieve bank en een schepenonderlinge, hadden beroep ingesteld tegen eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en de stukken die aan het arrest zijn gehecht.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van het cassatieberoep niet leiden tot cassatie en dat er geen aanleiding is tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep komt daardoor niet aan de orde.
De Hoge Raad verwerpt het principale cassatieberoep en veroordeelt eiseressen in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee wordt de weigering van de verzekeraar om uit te keren bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de weigering van de verzekeraar om uit te keren.