ECLI:NL:HR:2013:BZ5414
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens gebrek aan belang
In deze zaak heeft de klager, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. van Rijsbergen, een cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het cassatieberoep betrof een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De Advocaat-Generaal heeft schriftelijk geadviseerd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft overwogen dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de klager klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien deze omstandigheden en na het horen van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking is uitgesproken door de vice-president van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren Splinter-van Kan en Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Hart. De beslissing werd genomen in raadkamer en ter openbare terechtzitting op 26 maart 2013 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of niet-ontvankelijkheid van de klachten.