ECLI:NL:HR:2013:BZ5424
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Strafbaarheid bij indiening van verhoogde schuldvorderingen ter verificatie in faillissement
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het indienen van verhoogde schuldvorderingen bij de curator in een faillissement strafbaar is onder art. 344 Sr Pro. De verdachte had namens twee besloten vennootschappen schuldvorderingen ingediend die hoger waren dan de werkelijke vorderingen. Het hof had bewezen verklaard dat deze vorderingen onjuist waren ingediend bij de curator in het faillissement van een eenmanszaak.
De verdediging stelde dat strafbaarheid pas kon ontstaan na een verificatievergadering zoals bedoeld in art. 119 Faillissementswet Pro, maar de Hoge Raad verwierp dit. Volgens de Hoge Raad is de indiening bij de curator op grond van art. 110 Faillissementswet Pro de handeling waarmee de schuldeiser aanspraak maakt op erkenning van zijn vordering en moet dit worden gezien als het doen gelden van de vordering “bij verificatie” in de zin van art. 344 Sr Pro.
De Hoge Raad benadrukte dat de term 'bij verificatie' niet letterlijk moet worden opgevat, maar ruim moet worden geïnterpreteerd als het indienen van de vordering in het kader van de faillissementsverificatie. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het indienen van verhoogde schuldvorderingen bij de curator is strafbaar als het doen gelden van de vordering bij verificatie.