ECLI:NL:HR:2013:BZ5670

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/01533
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:204 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens tekortkomingen verhuurder

In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte centraal, waarbij de verhuurder tekortkomingen werd verweten. EKA VASTGOED IV B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat eerder de ontbinding had bevestigd. De tegenpartij stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en concludeerde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet zodanig dat beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzakelijk was.

Daarmee verwierp de Hoge Raad het principale cassatieberoep en zag af van behandeling van het voorwaardelijk incidentele beroep. EKA werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent ontbinding van huurovereenkomsten op grond van tekortkomingen van de verhuurder volgens art. 7:204 BW Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep van EKA wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wordt bevestigd.

Uitspraak

7 juni 2013
Eerste Kamer
12/01533
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EKA VASTGOED IV B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. F.M.L. Dekkers.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als EKA en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 942333\CV EXPL 10-2042 van de kantonrechter te Leiden van 25 augustus 2010;
b. de arresten in de zaak 200.074.534/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 augustus 2011 en 20 december 2011.
Het arrest van 20 december 2011 van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 20 december 2011 heeft EKA beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor EKA toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt EKA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 7 juni 2013.